Tijdens onze rit van Pitești naar Târgu Jiu viel het me voor het eerst op. We reden door dorpjes die eigenlijk niets meer waren dan een rij huizen langs de hoofdweg — zonder centrum, zonder pleintje, zonder iets wat je visueel als dorp zou herkennen. Al snel begrepen we waarom.
We reden weg van de luchthaven van Boekarest, richting Târgu Jiu. In het verkeer hobbelden we over een snelweg waarlangs niets te zien was — afbladderende muren, vervaagde reclameborden op vervallen huizen en gele velden met verschroeide grassen. Nergens bergen. Nergens iets. De goddelijke romantische Roemeense natuur begon hier absoluut niet.