Er zijn duizenden prachtige plekken op de wereld, maar het waren niet de ansichtkaarten of souvenirbekers die me voor de vierde keer naar Canada trokken. Het was iets heel anders: de ongekende vriendelijkheid van de Canadezen.
Eind januari maakten we een trip naar Riga Letland. Het was waarschijnlijk niet het beste moment om te gaan – het was ijskoud en het regende. Maar Riga heeft zijn charme, zelfs bij weer waarbij je het liefst in bed zou kruipen.
Twee meisjes van een jaar of tien renden op me af. "Heb je een sigaret?" De blauwe, lieve ogen van het blonde meisje passen totaal niet bij enig stereotype over sociaal uitgesloten gezinnen. Dit is geen wereld van stereotypen — dit is de realiteit van Praag, Tsjechië.
Hotel Condor leek de enige oase van beschaving in de wijde omgeving. Oravita bleek een stad te zijn waar niets te vinden is. (Les voor de toekomst: op een kaart wijzen en zeggen dat we hier wel kunnen slapen omdat het halverwege punt Y ligt, is niet de ideale manier van plannen.)
Ik moet de hele tijd glimlachen. We hebben deze ziekte te pakken gekregen zodra we hier aankwamen. De mondhoeken schoten omhoog en nestelden zich daar alsof dat hun natuurlijke positie is. Hier lacht iedereen — welkom in St. John's, Newfoundland, Canada.
De paprikaverkoper zwaait naar me. "Wat doe je?" "De heer wil op de foto met een paprika." We dwalen door een markt in de rommelige stad Targu Jiu, terwijl Roemenië ons steeds meer verrast — soms aangenaam, soms minder.