Ik herinner me dat moment alsof het gisteren was. Ik stond aan de oever van de Sint-Laurensrivier, om ons heen strekte zich een landschap uit dat zo majestueus was dat ik vergat te ademen. De zon weerkaatste op het water, in de verte tekenden zich met bos bedekte heuvels af en ik dacht — dit kan toch niet Noord-Amerika zijn. Dit is toch een stuk Europa, alleen duizend keer groter en wilder. ☺️
De provincie Quebec Canada heeft me volledig betoverd. En we zijn niet de enigen — National Geographic heeft Quebec opgenomen in de lijst “Best of the World 2026”, oftewel de beste bestemmingen ter wereld. En weet je wat? Volkomen terecht. Het is een plek waar Frans wordt gesproken, waar je poutine eet in plaats van hamburgers, waar barokke kerken samengaan met industriële street art en waar je op één dag kunt rijden van kosmopolitisch Montreal via historisch Quebec City tot aan fjorden waar walvissen opduiken.
Canada trok ons al lang en Quebec was de plek waar ik er verliefd op werd. En ik moet zeggen dat juist dit stukje Canada me het meest verraste. We verwachtten natuur — en kregen natuur, cultuur, gastronomie, geschiedenis én een flinke dosis avontuur. Ineens zaten we in een koffietentje in Petit Champlain en voelde het alsof we in Lyon waren. Een dag later keken we naar de ruggen van bultrugwalvissen vanaf het dek van een boot in Tadoussac en konden we onze eigen ogen niet geloven.
In dit artikel vind je meer dan 30 tips over wat je in de provincie Quebec Canada moet zien, proeven en beleven. Van grootstedelijk Montreal via sprookjesachtig Quebec City tot wild Gaspésie. Bereid je voor op een lang verhaal — want Quebec verdient simpelweg meer dan een paar alinea’s. 😁

Samenvatting
- De grootste Canadese provincie — Quebec is ongeveer 3× groter dan Frankrijk. En het is prachtig.
- Er wordt Frans gesproken — dat is de enige officiële taal. In Montreal red je je met Engels, op het platteland wordt het lastiger.
- Vliegen vanuit Amsterdam naar Montreal — Air Transat vliegt seizoensgebonden (mei–oktober), KLM vliegt het hele jaar direct. Retourtickets vanaf circa € 450.
- Je hebt geen visum nodig — als Nederlands staatsburger volstaat een eTA (elektronische reistoestemming) voor 7 CAD (circa € 5), die je in een paar minuten online aanvraagt.
- Quebec is ongeveer 2× duurder dan Nederland — reken op een dagbudget van € 80 per persoon (zuinig) tot € 250+ (comfortabel).
- Must-see gebieden: Montreal, Quebec City, Charlevoix, Tadoussac, Gaspésie, Laurentiden.
- Must-eat: poutine, smoked meat, Montreal bagels, ahornsiroop, tourtière.
- Ideale tripduur: 10–14 dagen voor een roadtrip, minimaal 7 dagen voor Montreal + Quebec City + omgeving.
- Beste periode: zomer (juni–september) en herfst (september–oktober, Indian summer). De winter is voor doorzetters, maar betoverend.
Wanneer naar Quebec en hoe je je door de provincie verplaatst
Voordat we in de concrete tips duiken, laten we eerst een paar basisdingen op een rijtje zetten. Quebec is de grootste provincie van Canada — qua oppervlakte ongeveer 3× groter dan heel Frankrijk, dus verdwalen is hier absoluut mogelijk. 😅 Er wordt uitsluitend Frans gesproken (het is de enige officiële taal van de provincie), het klimaat is extreem — zomers zijn verrassend heet en vochtig, winters arctisch koud. En de afstanden? Die verrassen je in Canada telkens weer. Van Montreal naar Gaspésie is het makkelijk 10 uur rijden. Plan dus met beleid.
Een ander belangrijk feit: prijzen in winkels en restaurants zijn altijd aangegeven ZONDER belasting. Er komt federale en provinciale belasting bovenop, samen ongeveer 15%. Dus als je een prijs van 20 CAD ziet, betaal je in werkelijkheid 23 CAD. Daar moet je even aan wennen — wij stonden met Lukáš in het begin steeds verbaasd bij de kassa. 😅
Beste periode voor een bezoek aan Quebec
Zomer (juni–september) is veruit de populairste en comfortabelste periode. De temperaturen schommelen rond 20–30 °C, alles is open, festivals draaien op volle toeren en de dagen zijn heerlijk lang. Nadeel? Muggen. Vooral in de natuurparken vreten ze je levend op, dus muggenspray is een absolute must. En natuurlijk gaan de accommodatieprijzen omhoog.
Herfst (september–oktober) is waarschijnlijk onze favoriete periode. De Indian summer in Quebec is ronduit magisch — het hele landschap hult zich in tinten goud, oranje en rood. De Laurentiden en Charlevoix zien er in deze periode uit als uit een sprookje. Er zijn minder toeristen, aangename temperaturen rond 10–18 °C en de natuur brandt letterlijk van kleur.
Winter (december–maart) is voor de moedigen. Temperaturen zakken makkelijk naar -20 °C of lager, maar als je je goed uitrust, wacht je een onvergetelijke ervaring. Het wintercarnaval in Quebec City is het grootste winterfestival ter wereld en de besneeuwde straatjes van Vieux-Québec zien eruit als een kerstkaart. Skiën, langlaufen, sneeuwschoenwandelen — de sportmogelijkheden zijn eindeloos.
Lente (april–mei) is de tijd van sugar shacks — ahornsiroop wordt gekookt en je kunt een traditionele cabane à sucre bezoeken. Maar eerlijk gezegd is de lente in Quebec een vrij modderige en koude overgang van winter naar zomer. Niet de beste tijd voor een eerste bezoek, al heeft het zijn charme.
Hoe je vanuit Nederland naar Quebec komt
De comfortabelste optie is een directe vlucht vanuit Amsterdam naar Montreal. KLM vliegt het hele jaar door rechtstreeks en Air Transat vliegt seizoensgebonden (circa mei–oktober). De vlucht duurt ongeveer 7,5 uur en retourtickets zijn te vinden vanaf circa € 450 als je een goede deal pakt. Goedkope vliegtickets zoeken we graag via Kiwi of Skyscanner.
Wil je besparen of vliegen buiten het seizoen, dan kun je ook met een overstap vliegen via Parijs, Londen of Frankfurt — bijvoorbeeld met Air France, British Airways of Lufthansa. Qua prijs komt het vaak vergelijkbaar uit, alleen duurt de reis wat langer.
Wat betreft inreisformaliteiten — als Nederlands staatsburger heb je geen visum nodig voor Canada. Je hebt alleen een elektronische reistoestemming eTA nodig, die je in een paar minuten online aanvraagt. Het kost slechts 7 CAD (circa € 5) en is 5 jaar geldig of tot je paspoort verloopt. Vraag het minstens een paar dagen voor vertrek aan, hoewel de goedkeuring meestal binnen enkele uren binnenkomt.

Vervoer door de provincie – auto, trein of bus?
Hier ben ik heel eerlijk: zonder auto kom je in Quebec nauwelijks rond. Tenzij je alleen in Montreal en Quebec City wilt blijven (daar prima, het ov werkt uitstekend). Maar zodra je Charlevoix, Tadoussac, Gaspésie of de Laurentiden wilt zien — heb je een auto nodig.
Met Lukáš hebben we al lang goede ervaringen met RentalCars, dat we overal ter wereld gebruiken. Je haalt de auto op bij de luchthaven van Montreal en bent meteen flexibel. Prijzen in het hoogseizoen liggen rond € 50–100 per dag, afhankelijk van de categorie. Reserveer ruim van tevoren, want in de zomer zijn auto’s snel vergeven.
Een paar belangrijke opmerkingen over het rijden: in de winter zijn winterbanden verplicht (van 1 december tot 15 maart), benzine is goedkoper dan in Nederland, en snelwegen zijn slechts gedeeltelijk tolwegen. Let ook op elanden op de weg — vooral in Gaspésie en in het noorden is dat een reëel gevaar, met name in de schemering en ’s nachts. De borden met elanden zijn geen decoratie, neem ze serieus.
Er is ook een trein van VIA Rail op het traject Montreal–Quebec City (circa 3 uur, vanaf € 30), die comfortabel en redelijk betrouwbaar is. Bussen (Orléans Express) bedienen de hoofdroutes, maar de frequentie buiten de steden is beperkt. Voor het echt verkennen van Quebec is een auto simpelweg onvervangbaar.
Waar overnachten in Quebec en wat kost een vakantie in Canada
Voordat we naar de concrete tips gaan, laten we eerlijk zijn: Quebec is geen goedkope bestemming. Canada is over het algemeen zo’n 2× duurder dan Nederland en Quebec is geen uitzondering. Het dagbudget per persoon ligt ongeveer zo: zuinige reiziger vanaf € 80 (hostels, zelf koken, minder activiteiten), middenbudget € 130–200 (middenklassehotels, restaurants, activiteiten), comfortabel reizen € 250+.
De typen accommodatie zijn divers — van klassieke hotels en Airbnb via charmante auberges (de Quebecse variant van pensions) tot huisjes in de provinciale parken van SEPAQ. Juist SEPAQ (Société des établissements de plein air du Québec) is een fantastische organisatie die de provinciale parken beheert en prachtige huisjes, campings en glamping aanbiedt midden in de natuur. Reserveer wel ruim van tevoren, want in de zomer zijn plekken snel uitverkocht.
Accommodatie in Montreal
In Montreal raden we accommodatie aan in het centrum in Vieux-Montréal (prachtig maar duurder, prijzen vanaf € 150/nacht voor een tweepersoonskamer), of in Plateau Mont-Royal (hipsterwijk, iets goedkoper, levendiger nachtleven, vol koffietentjes en restaurants).
Zoek je een voordeligere optie, kies dan voor Airbnb of een hostel. HI Montreal is een van de beste hostels die we in Canada zijn tegengekomen.
Onze accommodatietips voor Montreal:
- Hotel Bonaparte (Vieux-Montréal) — boetiekhotel op een steenworp van de basiliek Notre-Dame, ontbijt inbegrepen, beoordeling 8,9/10. Vanaf circa € 140/nacht.
- Auberge de La Fontaine (Plateau Mont-Royal) — gezellige inn direct bij park LaFontaine, geweldig personeel, beste prijs-kwaliteitverhouding op het Plateau. Vanaf circa € 105/nacht.
- Sonder Le Guerin (Mile End) — loftappartementen in een voormalige drukkerij met keukentje en wasmachine, ideaal voor een langer verblijf. Vanaf circa € 105/nacht.
Accommodatie in Quebec City
In Quebec City wil je idealiter overnachten in Vieux-Québec (de oude stad), al kost dat natuurlijk wat meer — reken op € 135–190 per nacht. De sfeer is echter onbetaalbaar. Wil je jezelf verwennen, dan is het legendarische Fairmont Le Château Frontenac een van de meest iconische hotels ter wereld (maar de prijzen zijn navenant, vanaf € 300/nacht).
Een voordeliger alternatief is overnachten in Saint-Roch — een moderne wijk op loopafstand van het centrum, vol restaurants en cafés. Het is ongeveer 15 minuten lopen naar de oude stad.
Onze accommodatietips voor Quebec City:
- Hôtel du Vieux-Québec (binnen de stadsmuren) — 12 jaar op rij het best beoordeelde hotel van de stad op TripAdvisor, boetiekhotel aan Rue Saint-Jean, beoordeling 9,3/10. Vanaf circa € 140/nacht.
- Hôtel Manoir Victoria (binnen de stadsmuren) — 4-sterrenhotel met zwembad en restaurant, meer ruimte, beoordeling 8,6/10. Vanaf circa € 120/nacht.
- Comfort Inn Lévis (aan de overkant van de rivier — budgettip!) — veerboot naar het centrum in 12 minuten met een schitterend uitzicht op het stadspanorama, ontbijt en parkeren gratis. Vanaf circa € 80/nacht. Het bespaarde geld geef je uit in restaurants. 😉
Accommodatie buiten de steden – SEPAQ, auberges en motels
Zodra je de grote steden verlaat, heb je een aantal fantastische opties. SEPAQ-huisjes in de provinciale parken zijn onze favoriet — houten huisjes midden in de natuur, basisvoorzieningen, maar rust en ontspanning gegarandeerd. Prijzen liggen rond € 95 tot € 190 per nacht, afhankelijk van seizoen en park.
In Charlevoix en langs de Sint-Laurensrivier vind je prachtige auberges — typisch Quebecse pensions met een eigen charme, vaak met een uitstekend restaurant in huis. In Gaspésie zijn het de motels langs Route 132 die je redden — het zijn geen vijfsterrenhotels, maar ze zijn schoon, betaalbaar (vanaf € 75/nacht) en hebben meestal een schitterend uitzicht op zee.
Onze accommodatietips voor Charlevoix en omgeving:
- Auberge La Muse (Baie-Saint-Paul) — intieme auberge met 11 kamers en eigen bistro, midden in het kunstenaarsstadje. Vanaf circa € 110/nacht.
- Auberge des Falaises (La Malbaie) — kamers met open haard en uitzicht op de Sint-Laurensrivier, Scandinavische spa, beoordeling 8,9/10. Vanaf circa € 105/nacht.
- SEPAQ EXP Chalet (Parc des Grands-Jardins) — designhuisjes voor twee met panoramische ramen en open haard, midden in de wildernis. Vanaf circa € 105/nacht + toegang tot het park.
Montreal: 8 plekken en belevenissen die je niet mag missen
Montreal is voor de meeste reizigers de toegangspoort tot Quebec — en wat een toegangspoort! Deze stad heeft ons volledig in haar greep gekregen met haar energie. Het is de op een na grootste Franstalige stad ter wereld (na Parijs) en tegelijkertijd heerlijk tweetalig — Frans en Engels vloeien hier in elk gesprek door elkaar. Het is een creatieve stad, gastronomisch rijk, met fantastische street art en een sfeer die een beetje Europees, een beetje Noord-Amerikaans en heel eigenzinnig is.

Met Lukáš waren we vier dagen in Montreal en hadden we nog steeds niet alles gezien. Ik raad minimaal drie volle dagen aan, idealiter vier. En nu door naar de concrete tips.
1. Vieux-Montréal – het historische hart van de stad

De oude stad van Montreal is de plek waar het allemaal begon. Geplaveide straatjes, stenen gebouwen uit de 17e–19e eeuw, door paarden getrokken koetsen en uitzicht op de haven — je voelt je als in Bordeaux, niet in Noord-Amerika. Place Jacques-Cartier is het hoofdplein en startpunt voor wandelingen.
Wandel langs de oude haven (Vieux-Port), waar je in de zomer draaimolens, straatartiesten en een prachtig uitzicht op de rivier vindt. Vergeet ook Pointe-à-Callière niet, een fascinerend museum voor archeologie en geschiedenis dat precies staat op de plek waar Montreal werd gesticht. De toegang kost rond 25 CAD (circa € 17).
2. Mont Royal – het mooiste uitzicht over de stad


De heuvel waaraan Montreal zijn naam dankt, is een verplichte stop. Wij liepen er te voet naartoe vanuit het Plateau (circa 30 minuten over een makkelijk pad) en het uitzicht vanaf Belvédère Kondiaronk was elke druppel zweet waard. Heel Montreal als op een presenteerblaadje, op een heldere dag kijk je tot aan de Laurentiden.
Het park werd ontworpen door Frederick Law Olmsted — ja, dezelfde die het Central Park in New York ontwierp. In de winter wordt er geschaatst op Beaver Lake, in de zomer gepicknickt. En omdat je in Quebec bent, vind je op de top ook nog eens behoorlijk goede horeca. Toegang tot het park is gratis.
3. Plateau Mont-Royal en Mile End – hipsterparadijs

Dit is waarschijnlijk onze favoriete wijk in heel Montreal. Kleurrijke rijtjeshuizen met karakteristieke buitentrappen, enorme muurschilderingen op elke hoek, onafhankelijke boekhandels, vintagewinkeljes en koffietentjes waar de barista latte art maakt als een kunstwerk.
Mile End is het epicentrum van de Montrealse creatieve scene — en ook de thuisbasis van de legendarische bagelzaken St-Viateur en Fairmount (daarover meer in het eetgedeelte). Wandel over Boulevard Saint-Laurent en Rue Saint-Denis, stap binnen bij Drawn & Quarterly (een geweldige onafhankelijke boekhandel) en ga ’s avonds zitten in een van de lokale bars. De sfeer hier is simpelweg onbeschrijflijk.
4. Marché Jean-Talon – een culinair paradijs in de open lucht

Deze markt heeft ons met Lukáš helemaal omvergeblazen. Het is een van de grootste boerenmarkten van Noord-Amerika en van lente tot herfst vind je er alles — vers fruit van Quebecse boerderijen, ambachtelijke kazen, ahornsiroop in alle vormen, lokaal bier, verse kruiden en tal van proeverijen.
Zelfs als je niets koopt (wat bijna onmogelijk is), is de sfeer al een bezoek waard. Rondom de markt zijn bovendien geweldige restaurants en cafés. De toegang tot de markt is uiteraard gratis. Ik raad aan om ’s ochtends te komen, wanneer het het levendigst is en de waar het verst.
5. Biodôme en Jardin botanique

Als je van natuur en wetenschap houdt, is dit jouw paradijs. Het Biodôme is uniek — oorspronkelijk het olympische velodroom uit 1976, omgebouwd tot vijf ecosystemen onder één dak. Je wandelt door tropisch regenwoud, kijkt pinguïns in de ogen en belandt in een Canadees bos. Toegangsprijs rond 25 CAD (circa € 17).
Vlak ernaast ligt de Jardin botanique — een van de grootste botanische tuinen ter wereld met een schitterende Chinese en Japanse tuin. In september en oktober vindt hier het festival Jardins de lumière plaats, waarbij de hele tuin verlicht wordt door duizenden lantaarns. Het is werkelijk betoverend. Een combiticket voor Biodôme + tuin kost circa 40 CAD (circa € 28).
6. Basiliek Notre-Dame de Montréal


Deze basiliek liet ons met open mond staan. Van buiten ziet het eruit als een typische gotische kerk, maar het interieur? Dat is ronduit overweldigend — een blauw plafond bezaaid met gouden sterren, enorme glas-in-loodramen die het verhaal van Montreal vertellen, gedetailleerd houtsnijwerk. Het is een andere wereld.
De toegang kost 9 CAD (circa € 6) en eerlijk gezegd — het is elke cent waard. ’s Avonds worden hier lichtshows AURA gehouden, die op zichzelf al een belevenis zijn (rond 30 CAD / € 21). De basiliek staat aan Place d’Armes, dus je combineert het makkelijk met een wandeling door Vieux-Montréal.
7. Underground City (RÉSO)
Wist je dat Montreal een hele stad onder de grond heeft? RÉSO is een netwerk van ondergrondse gangen van meer dan 33 km lang, dat metrostations, winkelcentra, hotels, bioscopen en universiteiten met elkaar verbindt. Het is ontstaan uit praktische overwegingen — in de winter is het buiten -25 °C, dus waarom niet onder de grond lopen? 😅
Het is niet echt een toeristische attractie in de klassieke zin — eerder een functionele ruimte — maar er doorheen wandelen is een fascinerende ervaring. Je realiseert je hoe enorm en geavanceerd de ondergrondse infrastructuur is. Toegang is uiteraard gratis, je stapt gewoon een willekeurig metrostation in en loopt.
8. Lachine Canal – fietsen langs het water


Als je van fietsen houdt (of gewoon van wandelen langs het water), is het Lachine Canal een uitstekende keuze. Deze voormalige industriële slagader is omgetoverd tot een prachtig fietspad en promenade die van Vieux-Port naar het westen van de stad loopt. Een fiets huren kan via het systeem BIXI (stadsdeelfietsen) voor een paar dollar.
Wij fietsten de hele route heen en terug (circa 28 km) en stopten onderweg bij cafés, galerieën en kleine parkjes. In de zomer kun je hier ook suppen. Het is de ideale middagactiviteit als je even wilt ontsnappen aan de drukte van het centrum.
Quebec City: 7 redenen waarom het de mooiste stad van Canada is
Als je me vraagt om één stad in Canada te kiezen die me het meest heeft betoverd, zeg ik Quebec City. Zonder aarzeling. Het is de enige ommuurde stad in Noord-Amerika ten noorden van Mexico, de oude stad staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst en als je door de straatjes wandelt, heb je echt het gevoel dat je ergens in Frankrijk bent beland. Maar dan met de bonus dat om de hoek een rivier zo breed als de zee stroomt en erachter de wilde Canadese natuur ligt.
Met Lukáš waren we hier drie dagen en hadden we een week kunnen blijven. De stad is compact, goed te voet te verkennen en elke hoek verbergt iets nieuws. En die sfeer! Straatmuzikanten, de geur van verse croissants, heuveltjes en uitzichten bij elke stap.
1. Vieux-Québec en Château Frontenac


De oude stad is verdeeld in Haute-Ville (bovenstad) en Basse-Ville (benedenstad), en beide delen zijn absoluut betoverend. De blikvanger is uiteraard Fairmont Le Château Frontenac — dat iconische kasteelhotel dat je op elke foto van Quebec City ziet. Zelfs als je er niet overnacht (prijzen vanaf € 300/nacht), loop dan minstens even door de lobby.
Het Terrasse Dufferin voor het hotel biedt een adembenemend uitzicht op de Sint-Laurensrivier en de benedenstad. Wandel over de stadsmuren (Fortifications of Québec), kijk binnen in de Citadel en laat je gewoon meeslepen door het gevoel dat je in de 17e eeuw bent beland. Een wandeling over de stadsmuren is gratis.
2. Quartier Petit Champlain – het mooiste straatje van Canada


Vanuit de bovenstad bereik je Petit Champlain via de trap Escalier Casse-Cou (letterlijk “breek-je-nek-trap” 😅) of met de kabelbaan. En beneden wacht de schattigste wijk die je je maar kunt voorstellen. Smalle geplaveide straatjes, stenen huisjes, onafhankelijke winkeltjes met lokale kunst, koffietentjes met uitzicht op de rivier.
Petit Champlain staat bekend als de oudste winkelwijk van Noord-Amerika. Tegenwoordig is het vol kleine galerieën, boetieks en restaurants. Het is een toeristisch populaire plek, maar toch behoudt het zijn authentieke charme. Ik raad aan om vroeg in de ochtend of ’s avonds te komen, wanneer de massa’s weg zijn en je de sfeer in alle rust kunt opsnuiven.
3. Montmorency Falls – een waterval hoger dan Niagara!

Dit is een feit waarmee je iedereen kunt imponeren: Montmorency Falls zijn 83 meter hoog — maar liefst 30 meter hoger dan de beroemde Niagarawatervallen! En toch weten veel mensen er niet eens van. Ze liggen slechts 15 minuten rijden van het centrum van Quebec City en zijn ronduit imposant.
Je kunt ze bewonderen van onderaf, of je waagt je op de hangbrug direct boven de rand van de waterval (als je niet last hebt van hoogtevrees). Er is ook een kabelbaan beschikbaar. In de winter vormt zich aan de voet een enorme ijskegel waar je zelfs op kunt klimmen. De toegang tot het park kost circa 6,50 CAD (circa € 5) voor parkeren; de waterval zelf is gratis toegankelijk. De kabelbaan kost nog eens circa 17 CAD (circa € 12) retour.
4. Île d’Orléans – agrotoerisme om de hoek

Op slechts 30 minuten van Quebec City ligt Île d’Orléans — een eiland dat aanvoelt als een reis terug in de tijd. Zes schilderachtige dorpjes, aardbeien- en appelboerderijen, wijngaarden, kaasmakerijen en ciderhuizen. Het is een paradijs voor liefhebbers van lokaal eten en slow travel.
Wij brachten hier een prachtige middag door — we reden het eiland rond (circa 67 km), stopten bij boerenstandjes, proefden zelfgemaakte ijsjes en kochten verse aardbeien rechtstreeks van de boer. In de herfst kom je hier voor het zelf plukken van appels en pompoenen. Ben je fan van ahornsiroop, dan zijn er op het eiland tal van cabanes à sucre. Toegang tot het eiland is gratis, je betaalt alleen voor proeverijen en aankopen.
5. Plains of Abraham – een park met geschiedenis


Plains of Abraham (Plaines d’Abraham) is een enorm stadspark waar in 1759 de cruciale slag tussen de Britten en Fransen plaatsvond die het lot van Canada bepaalde. Tegenwoordig is het een prachtige plek om te picknicken, te wandelen of gewoon in het gras te liggen en naar de rivier te kijken.
In de zomer worden hier festivals en concerten in de openlucht gehouden, in de winter langlaufen en sneeuwschoenwandelen. Het museum Plains of Abraham is interessant voor wie zich in de geschiedenis wil verdiepen — toegang circa 18 CAD (circa € 12). Maar alleen al een wandeling door het park is een belevenis op zich.
6. Wintercarnaval – het grootste winterfestival ter wereld

Als je de moed hebt om in de winter (januari–februari) naar Quebec City te komen, wacht je het Carnaval de Québec — het grootste winterfestival ter wereld. Beeldhouwerswedstrijden van ijs en sneeuw, nachtelijke optochten, een ijspaleis, kanoracen op de bevroren rivier en de mascotte Bonhomme — een enorme sneeuwpop die in Quebec een ware beroemdheid is.
Wij kwamen in de zomer, maar iedereen vertelde ons dat de winter in Quebec City ronduit magisch is. De stad bedekt met sneeuw, temperaturen rond -20 °C, maar een sfeer zo warm dat je de kou nauwelijks voelt. Toegang tot de meeste carnavalsactiviteiten is inbegrepen in de prijs van de effigy (badge), die circa 20 CAD (circa € 14) kost.
7. Veerboot naar Lévis – de goedkoopste boottocht
Deze tip valt in de categorie “lokaal geheim”. Voor slechts 4 CAD (circa € 3) vaar je met de veerboot over de Sint-Laurensrivier naar het stadje Lévis — en onderweg heb je absoluut het mooiste uitzicht op Quebec City en Château Frontenac. Beter panorama vind je nergens.
De veerboot vaart regelmatig de hele dag en nacht, de overtocht duurt circa 12 minuten. In Lévis kun je over de promenade wandelen, een koffie drinken met uitzicht en weer terugvaren. Het is een geweldige tip voor de vroege avond, wanneer de zon de oude stad beschijnt met gouden stralen. Met Lukáš zeggen we dat dit waarschijnlijk de beste prijs-uitzichtverhouding van heel Canada is. 😁
Charlevoix: 4 tips voor de regio waar bergen de rivier ontmoeten
Charlevoix is een plek die ons met Lukáš letterlijk heeft betoverd. Deze regio, op ongeveer anderhalf uur rijden ten noordoosten van Quebec City, is een UNESCO-biosfeerreservaat en het landschap is zo dramatisch dat ik mijn ogen niet van het autoraam kon houden. Bergen die recht in de Sint-Laurensrivier storten, schilderachtige dorpjes, kunstgalerieën, uitstekende restaurants. En Route 362, die door deze regio slingert, wordt beschouwd als een van de mooiste scenic drives van heel Noord-Amerika.
1. Baie-Saint-Paul – kunstenaarsstadje in het dal

Baie-Saint-Paul is waarschijnlijk het charmantste stadje van heel Charlevoix. Het ligt in een dal omringd door bergen en trekt sinds de 19e eeuw kunstenaars aan die hier het landschap kwamen schilderen. Tegenwoordig vind je er tientallen galerieën, ateliers, cafés en winkeltjes met lokale creaties.
De hoofdstraat Rue Saint-Jean-Baptiste is sprookjesachtig — kleurrijke huisjes, bloemen voor de ramen, de geur van vers gebak. Vergeet niet de lokale kazen te proeven en een biertje te drinken bij microbrouwerij Charlevoix. En als je tijd hebt, rij dan naar de rivier — het uitzicht terug op het stadje, ingeklemd tussen de bergen, is iets dat je lang bijblijft.
2. Parc national des Grands-Jardins

Dit provinciale park, beheerd door SEPAQ, is een paradijs voor wandelaars. Het landschap doet denken aan de taiga — boreaal bos, veengebieden, rotsachtige toppen en met een beetje geluk zelfs een kudde kariboes. Ja, kariboes! Het is een van de weinige plekken in het zuiden van Quebec waar je ze nog kunt tegenkomen.
We raden de trektocht naar Mont du Lac des Cygnes aan (circa 8,4 km retour, gemiddelde moeilijkheidsgraad), vanwaar je een fantastisch uitzicht hebt over heel Charlevoix. Toegang tot het park kost circa 9 CAD (circa € 6) per persoon. Wil je overnachten, SEPAQ biedt hier huisjes en campings, maar reserveer van tevoren.
3. La Malbaie en Fairmont Le Manoir Richelieu

La Malbaie is nog een charmant stadje in Charlevoix, vooral bekend dankzij het monumentale hotel Fairmont Le Manoir Richelieu, dat troont op een klif boven de rivier. Zelfs als je er niet overnacht (prijzen vanaf € 190/nacht), is het de moeite waard om ten minste over de tuinen en het terras met uitzicht te wandelen.
In de omgeving van La Malbaie vind je ook een casino, een golfbaan en een haven vanwaar excursieboten naar het fjord Saguenay vertrekken. La Malbaie is ook een uitstekende uitvalsbasis voor uitstapjes naar Tadoussac.
4. Le Massif de Charlevoix – skiën met uitzicht op de rivier

In de winter is Le Massif een van de uniekste skigebieden van Noord-Amerika — je skiet namelijk recht naar de Sint-Laurensrivier toe. Het hoogteverschil van 770 meter is het grootste in het oosten van Canada en het uitzicht tijdens de afdaling is ronduit ongelooflijk.
In de zomer verandert Le Massif in een belevingscentrum met mountainbikes, een rodelbaan en wandelmogelijkheden. Een skipas in de winter kost rond 100 CAD (circa € 70) per dag.
Tadoussac en Côte-Nord: 3 tips voor de plek waar je walvissen ziet
Tadoussac. Alleen die naam al bezorgt me kippenvel. Het is de plek waar de rivier Saguenay uitmondt in de Sint-Laurensrivier, en dankzij specifieke stromingen en watertemperaturen concentreert zich hier een ongelooflijke hoeveelheid plankton. En waar plankton is, zijn walvissen. Tadoussac is een van de beste plekken ter wereld om walvissen te observeren — en dat zeg ik zonder enige overdrijving. Er leven hier 13 verschillende soorten walvisachtigen, waaronder bultruggen, blauwe vinvissen, beloega’s en soms zelfs de blauwe vinvis — het grootste dier dat ooit op aarde heeft geleefd.
Het seizoen voor walvissen spotten duurt ongeveer van mei tot oktober, met een piek in augustus en september. Wij waren hier eind augustus en de ervaring was absoluut onvergetelijk.
1. Whale-watching in Tadoussac

Je hebt verschillende mogelijkheden om walvissen te observeren. Het populairst is een excursieboot — groot, stabiel, met een gids die uitlegt wat je ziet. De prijs ligt rond 80–100 CAD (circa € 55–70) per persoon voor een vaartocht van 2-3 uur. De tweede optie is een zodiac — een opblaasboot die je dichter bij het water (en de walvissen) brengt, maar het is wilder en kouder. De prijs is vergelijkbaar, maar de beleving intenser.
Wij kozen voor de zodiac en hadden er geen spijt van. Wanneer een meter van je vandaan de rug van een bultrug opduikt en je die machtige uitademing hoort — dat is een moment dat je nooit vergeet. Van harte aanbevolen. Neem alleen wel warme kleding mee, want zelfs in de zomer is het koud op het water.
En wil je niet op een boot? Vanaf de kust bij Tadoussac kun je walvissen ook vanaf de wal observeren — vooral vanaf Pointe de l’Islet, waar beloega’s vrij regelmatig te zien zijn. Gratis en ook prachtig.
2. Fjord du Saguenay

Het Fjord du Saguenay is een van de zuidelijkste fjorden ter wereld en de dramatische wanden van tot 350 meter hoog creëren een adembenemend decor. Je kunt het verkennen per kajak (geweldige ervaring, vanaf circa 70 CAD / € 49), per excursieboot, of te voet over de paden in het Parc national du Fjord-du-Saguenay.
We raden de trektocht naar Statue de Notre-Dame-du-Saguenay aan, vanwaar je een panoramisch uitzicht over het fjord hebt dat je duizelig maakt. Toegang tot het park is het standaardbedrag van 9 CAD (circa € 6) via SEPAQ.
3. Bergeronnes en Les Escoumins – minder toeristen, dezelfde walvissen
Wil je de drukte in Tadoussac ontlopen (in het hoogseizoen kan het er behoorlijk vol zijn), rijd dan nog zo’n 20–30 km verder naar het noordoosten naar de dorpjes Bergeronnes of Les Escoumins. De walvissen zijn hier net zo dichtbij, maar er zijn aanzienlijk minder toeristen.
In Bergeronnes is het fantastische Centre d’interprétation et d’observation de Cap-de-Bon-Désir — een observatiepunt direct op de rotsen, waar walvissen zich regelmatig op slechts enkele tientallen meters van de kust laten zien. De toegang is maar circa 8 CAD (circa € 6) en wij brachten hier een hele middag door met een verrekijker, compleet gefascineerd. In Les Escoumins kun je een geweldige duiktrip maken in het koude water van de Sint-Laurensrivier.
Gaspésie: 4 tips voor het schiereiland dat je de adem beneemt
Gaspésie is waarschijnlijk het wildste deel van Quebec dat we hebben bezocht — en ook het deel dat de meeste tijd en planning vergt. Dit schiereiland in het oosten van de provincie is beroemd om Route 132, de weg die langs de hele kust loopt en die National Geographic heeft opgenomen in de lijst van 50 bestemmingen die je in je leven moet zien. En dat is niet voor niets. Dramatische kliffen die in zee storten, vissersdorpjes, eindeloze horizonten en het gevoel dat je aan het einde van de wereld bent.
Voor Gaspésie heb je absoluut een auto en tijd nodig — minimaal 3-4 dagen, idealiter een week. Met Lukáš reden we de hele ronde en het was waarschijnlijk de mooiste roadtrip van ons leven. De auto hadden we al vanuit Tsjechië gereserveerd via RentalCars en in dit geval was dat absoluut essentieel — zonder auto kom je hier simpelweg niet (openbaar vervoer is minimaal). En let op — pas op voor elanden op de weg, vooral in de schemering en ’s nachts. Het zijn geen uitzonderingen, wij kwamen ze persoonlijk twee keer tegen.
1. Percé Rock en Île Bonaventure

Rocher Percé — een enorme kalksteenrots met een natuurlijke boog — is waarschijnlijk het meest iconische natuurlijke monument van heel Quebec. Hij rijst op uit de zee voor het stadje Percé en is ronduit hypnotiserend. Bij eb kun je er te voet naartoe lopen (maar wees voorzichtig en let op het getij!).
Vlak ernaast ligt Île Bonaventure, een eiland dat de thuisbasis is van een van de grootste jan-van-gentkolonies ter wereld — zo’n 110.000 vogels! Met de boot bereik je het eiland voor circa 40 CAD (circa € 28) retour en de wandeling over het eiland naar de vogelkolonie is onvergetelijk. Het geluid, de geur, het spektakel — het is zo intens dat het niet in woorden te vatten is. 😁
2. Parc national de la Gaspésie

Midden op het schiereiland rijst het Chic-Chocs-gebergte op en daarin ligt het prachtige Parc national de la Gaspésie. Het is een van de weinige plekken in Quebec waar kariboes, elanden én herten tegelijk leven. De hoofdtrektocht leidt naar Mont Jacques-Cartier (1.268 m) — de hoogste toegankelijke top in het zuiden van Quebec.
De beklimming is gemiddeld zwaar (circa 8 km retour), maar de uitzichten vanaf de alpiene toendra op de top zijn elke stap waard. SEPAQ beheert hier mooie huisjes en campings. Toegang tot het park kost het standaardbedrag van 9 CAD (circa € 6).
3. Forillon National Park

Op het uiterste puntje van Gaspésie, waar het land eindigt en de oceaan begint, ligt Forillon — een nationaal park beheerd door Parks Canada. Kliffen, bossen, stranden en een ongelooflijke rust. De trektocht naar Cap-Bon-Ami is een van de mooiste in heel Quebec — je staat op een klif boven de zee en onder je zwemmen zeehonden.
Toegang tot het park kost 8,50 CAD (circa € 6) per persoon per dag. Kamperen kan direct in het park. Het is een plek waar je je echt ver van de bewoonde wereld voelt — en precies daarom is het zo mooi.
4. Route 132 roadtrip – de reis is het doel
De hele Route 132-lus rond Gaspésie is circa 885 km lang en het is een roadtrip die je je hele leven bijblijft. De weg voert langs de kust, door vissersdorpjes als Sainte-Anne-des-Monts, Grande-Vallée of Chandler. Stop waar het je trekt — bij vuurtorens, bij rokerijen met verse vis, bij uitzichtpunten waar de Sint-Laurensrivier overgaat in de oceaan.
Wij trokken vijf dagen uit voor deze lus en dat was precies goed — genoeg om van de stops te genieten, maar niet zo veel dat het vermoeiend werd. Tank bij wanneer je kunt — benzinestations zijn hier schaarser dan je zou verwachten. En geniet van de stilte. Het is een plek waar Canada zich toont in zijn meest ongerepte vorm.
Laurentiden: 3 tips voor de bergen vlak bij Montreal
De Laurentiden zijn de speeltuin van Montreal — een gebergte vol meren, bossen en charmante bergdorpjes, waar Montrealers in het weekend heen vluchten. Vanaf Montreal is het ongeveer een uur rijden naar het noorden en het landschap verandert drastisch — in plaats van wolkenkrabbers overal heuvels, bosbessenossen en kristalheldere meren.
In de zomer komt men hier voor wandelen, fietsen, kanoën en suppen, in de herfst voor de Indian summer (de herfstkleuren zijn hier werkelijk waanzinnig), in de winter voor skiën en langlaufen. Het is de ideale aanvulling op een verblijf in Montreal — een dag of twee is genoeg voor een compleet andere ervaring.
1. Parc national du Mont-Tremblant

Het grootste en oudste provinciale park van Quebec (opgericht in 1895) is het absolute juweeltje van de Laurentiden. Qua oppervlakte is het ongeveer 6× groter dan de Veluwe en het biedt honderden kilometers wandelpaden, tientallen meren en een prachtige wildernis.
We raden de trektocht naar sommet de la Roche of boucle de la Chute-aux-Rats aan — beide bieden prachtige uitzichten en zijn niet overdreven zwaar. In het park kun je kamperen of een SEPAQ-huisje huren. Toegang 9 CAD (circa € 6). En als je geluk hebt, hoor je wolven huilen. Dat overkwam ons en het is een ervaring voor het leven. ☺️
2. Village Mont-Tremblant – een Alpen-dorp in Canada

Aan de voet van het gelijknamige skigebied ligt het autovrije Village Mont-Tremblant — een kleurrijk dorpje gebouwd in Alpenstijl, vol restaurants, winkeltjes, galerieën en cafés. In de winter is het een skiparadijs (een van de beste resorts in het oosten van Canada), in de zomer het centrum voor buitenactiviteiten.
Eerlijk gezegd — het is een beetje toeristisch “aangelegd” (het hele dorpje is eigenlijk een resort), maar het heeft toch zijn charme. Kinderen zijn er dol op, de restaurantprijzen zijn weliswaar hoger, maar je kunt er heerlijk een middag doorbrengen. De kabelbaan naar de top van Mont-Tremblant kost rond 30 CAD (circa € 21) en het uitzicht is het meer dan waard.
3. P’tit Train du Nord – 234 km fietsen over een oud spoor

Dit is de droom van elke fietser. P’tit Train du Nord is een fietspad dat over het tracé van een opgeheven spoorlijn loopt, een ongelooflijke 234 km lang — van Saint-Jérôme tot Mont-Laurier. De route voert door bossen, langs meren, over bruggen en langs oude stationnetjes die zijn omgebouwd tot cafés en rustpunten.
Je hoeft niet de hele route te fietsen — je kunt ook een gedeelte doen en terugkeren. Fietsen zijn te huren op talloze punten langs het pad. Het oppervlak is gravel, dus ideaal voor een trekking- of gravelfiets. In de herfst, wanneer het blad verkleurt, is dit waarschijnlijk een van de mooiste fietsroutes ter wereld. En de toegang tot het pad? Gratis.
Eten en drinken in Quebec: 7 Quebecse specialiteiten die je moet proeven
De Quebecse keuken is iets waar we met Lukáš helemaal niet op voorbereid waren. We verwachtten Noord-Amerika — hamburgers en steaks. In plaats daarvan kregen we een fascinerende mix van Franse gastronomie en Noord-Amerikaans comfortfood die ons totaal veroverde. Montreal wordt beschouwd als de gastronomische hoofdstad van Canada en terecht — de restaurantscene hier is van wereldniveau.
Maar Quebec is niet alleen fine dining. Veel van het lekkerste eten wordt hier op straat gegeten, op markten of in kleine familiezaakjes die eruitzien alsof de tijd heeft stilgestaan. Hier zijn onze tips voor het allerbeste.
1. Poutine – het nationale gerecht van Quebec

Als je in Quebec maar één gerecht proeft, laat het dan poutine zijn. Friet, kaasklontjes (cheese curds) en bruine jus (gravy). Het klinkt simpel, het ziet er niet uit, maar het smaakt — hier moet ik even poëtisch worden — als een omhelzing voor je maag. 😁 Er bestaan tientallen variaties — met pulled pork, met foie gras, met smoked meat.
Een klassieke poutine haal je al vanaf 8 CAD (circa € 6) bij een snackbar, gastronomische versies in restaurants voor 18–25 CAD (€ 12–17). La Banquise in Montreal is een legendarische zaak, 24/7 open, met tientallen soorten. Reken wel op een rij. ☺️
2. Montreal smoked meat – legendarisch gerookt vlees

Schwartz’s Deli bestaat sinds 1928 en serveert wat waarschijnlijk de beroemdste sandwich van heel Canada is — smoked meat op roggebrood met mosterd. Het vlees wordt wekenlang gezouten, gekruid en gerookt en het resultaat is ronduit fantastisch. Een portie kost circa 12–15 CAD (€ 8–10).
De rij voor Schwartz’s is vaak lang (wij wachtten circa 30 minuten), maar het gaat snel. Alternatief? Main Deli een paar deuren verderop is bijna net zo goed en zonder rij. Maar de ervaring van wachten voor Schwartz’s hoort gewoon bij het Montrealse ritueel.
3. Montreal bagel – beter dan die van New York?

Dit is een gedurfde bewering, maar de Montreal bagel is beter dan de New Yorkse. Daar, ik heb het gezegd. Hij is kleiner, zoeter (hij wordt in honingwater geweekt), compacter en gebakken in een houtoven. En in Montreal woedt een eeuwige rivaliteit tussen twee bagelzaken: St-Viateur Bagel en Fairmount Bagel. Beide zijn 24/7 open, beide zijn legendarisch.
Wij hebben met Lukáš eerlijk beide geproefd — en eerlijk gezegd zijn ze allebei uitstekend. St-Viateur heeft misschien net iets betere sesambagels, Fairmount de maanzaad. Een bagel kost circa 1 CAD per stuk (circa € 0,70). Koop er een dozijn, je zult er geen spijt van krijgen. Ze zijn sneller op dan je denkt.
4. Tourtière – Quebecse vleespastei
Tourtière is een traditionele Quebecse vleespastei — knapperig deeg gevuld met gehakt (varkens-, kalfs- of wildvlees), gekruid met kaneel en kruidnagel. Het is klassiek wintercomfortfood dat families bereiden met Kerstmis. In restaurants vind je het het hele jaar door, een portie voor circa 15–20 CAD (€ 10–14).
De meest authentieke tourtière aten we in een klein familierestaurantje op Île d’Orléans — de oma bereidde hem volgens een recept van de vorige generatie en het was goddelijk.
5. Ahornsiroop en cabane à sucre

Quebec produceert circa 70% van de wereldwijde ahornsiproductie en het is hier simpelweg een manier van leven, niet slechts een bijproduct. In de lente (maart–april) openen de cabanes à sucre (sugar shacks) — traditionele ahornhutten waar siroop wordt gekookt en enorme ontbijten worden geserveerd: pannenkoeken overgoten met siroop, spek, bonen, eieren, ham. Alles weggespoeld met ahornwijn.
Een van de meest traditionele is Érablière au Sous-Bois vlak bij Quebec City. Het eten kost circa 30–40 CAD (€ 21–28) per persoon en je eet zoveel dat je niet meer kunt opstaan. En vergeet niet tire sur la neige — hete ahornsiroop gegoten op sneeuw, die stolt tot een kauwbaar snoepje. Kinderen (en volwassenen) zijn er dol op. ☺️
6. Quebecse kazen en microbrouwerijen
Quebec heeft een verrassend rijke kaasmakerstraditie — en sommige kazen hier zouden zelfs in Frankrijk niet misstaan. Probeer Oka (een halfharde kaas uit een trappistenklooster), Le Migneron uit Charlevoix of Pied-De-Vent van de Magdaleneilanden. Kazen vind je op markten, in gespecialiseerde fromageries en op boerderijen door de hele provincie.
En microbrouwerijen? Quebec beleeft een ware craft beer-revolutie. Unibroue, Dieu du Ciel! (Montreal), Le Trou du diable (Shawinigan) — dat zijn slechts enkele van de allerbeste. Een halve liter ambachtelijk bier in een café kost circa 8–10 CAD (€ 6–7).
7. BeaverTails en andere zoetigheden
BeaverTails (Queues de castor) zijn platte gefrituurde deegflappen in de vorm van een beverstaart, bestrooid met kaneel en suiker, of besmeerd met Nutella en fruit. Het is klassiek Canadees streetfood en in Quebec City vind je ze op elke straathoek. Ze kosten circa 7–9 CAD (€ 5–6) en zijn onweerstaanbaar.
Ook het vermelden waard is pouding chômeur — een Quebecs dessert uit de tijd van de Grote Depressie, waarbij biscuitdeeg gebakken wordt in ahornsiroop. Het klinkt eenvoudig, het smaakt hemels.
Praktische tips voor een reis naar Quebec
Quebec werkt in veel opzichten anders dan de rest van Noord-Amerika — en zeker anders dan Nederland. Hier een paar praktische tips die je zenuwen én portemonnee besparen.
Taal – red je je met Engels?
Frans is de enige officiële taal van de provincie Quebec. In Montreal is de situatie tweetalig — de meeste mensen spreken vloeiend Engels en Frans en schakelen moeiteloos om. In Quebec City is Engels ook gangbaar in de toeristengebieden. Maar zodra je het platteland op gaat — naar Gaspésie, Charlevoix of kleinere stadjes — bereid je erop voor dat Engels niet vanzelfsprekend is.
Het Quebecse Frans verschilt bovendien behoorlijk van het Europese — het accent, het straattaalgebruik en sommige uitdrukkingen zijn anders. Maar wees niet bang — zelfs een simpel “bonjour”, “merci” en “parlez-vous anglais?” opent deuren. Quebeckers waarderen elke poging om Frans te spreken. Als Nederlander heb je trouwens een voorsprong: veel Nederlandse woorden lijken op het Frans, en met wat schoolfrans kom je al een heel eind. En Google Translate redt de rest. 😉
Valuta, betalen en fooi
Er wordt betaald in Canadese dollars (CAD), met pinpas of creditcard kun je praktisch overal betalen (zelfs bij boerenstandjes). Belangrijk om te weten: prijzen in winkels en restaurants worden altijd aangegeven ZONDER belasting! Bovenop de prijs komt federale belasting TPS (5%) en provinciale TVQ (9,975%), samen circa 15%. Dus als je op het prijskaartje 50 CAD ziet, betaal je in werkelijkheid circa 57,50 CAD.
Fooi is in Canada verplicht (ongeschreven regel) — in restaurants 15–20% van het bedrag vóór belasting. Obers hebben een laag basissalaris en zijn afhankelijk van tips. Geen fooi geven wordt als zeer onbeleefd beschouwd.
Veiligheid en gezondheid
Quebec is over het algemeen een heel veilige bestemming. Geweldscriminaliteit is laag, maar in de natuur zijn er enkele risico’s. Beren (zwarte beren) komen voor in bosrijke gebieden — houd je aan de regels voor het opbergen van voedsel op campings. Muggen en teken zijn in de zomer actief, vooral in de bossen. Muggenspray en tekencontrole zijn essentieel.
Een reisverzekering is absoluut noodzakelijk! Gezondheidszorg in Canada is voor buitenlanders extreem duur — een bezoek aan de spoedeisende hulp kan duizenden dollars kosten, een ziekenhuisopname tienduizenden. Onderschat dit niet en sluit een goede reisverzekering af nog voor vertrek.
Internet en simkaart
WiFi is doorgaans beschikbaar in cafés, hotels en openbare ruimtes. Mobiele data zijn in Canada echter berucht duur — een lokale simkaart met data kost 40–60 CAD (€ 28–42) per maand.
Tip: schaf een eSIM aan via Airalo nog voor vertrek. Het is aanzienlijk goedkoper dan een lokale sim, je activeert het online en je hebt data direct na landing. Wij gebruikten met Lukáš Airalo en het werkt uitstekend.
Hoeveel dagen naar Quebec
- 7 dagen: Montreal (2-3 dagen) + Quebec City (2-3 dagen) + één uitstapje (Montmorency Falls, Île d’Orléans, Laurentiden). Genoeg voor een voorproefje.
- 10–14 dagen: Ideaal voor een roadtrip Montreal – Quebec City – Charlevoix – Tadoussac + ofwel Gaspésie, ofwel Laurentiden. Dit is ons aanbevolen format.
- 3 weken: Luxe — je ziet alles inclusief Gaspésie, Laurentiden en rustige dagen op één plek. Heb je de tijd, aarzel dan niet.
Veelgestelde vragen over provincie Quebec – FAQ
Hier beantwoorden we de meest gestelde vragen die we krijgen over reizen naar Quebec.
Tipy a triky pro vaší dovolenou
Nepřeplácejte za letenky
Letenky hledejte na Kayaku. Je to náš nejoblíbenější vyhledávač, protože prohledává webové stránky všech leteckých společností a vždy najde to nejlevnější spojení.
Rezervujte si ubytování chytře
Nejlepší zkušenosti při vyhledávání ubytování (od Aljašky až po Maroko) máme s Booking.com, kde bývají hotely, apartmány i celé domy nejlevnější a v nejširší nabídce.
Nezapomeňte na cestovní pojištění
Kvalitní cestovní pojištění vás ochrání před nemocí, úrazem, krádeží nebo stornem letenek. Pár návštěv nemocnic jsme v zahraničí už absolvovali, takže víme, jak se hodí mít sjednané pořádné pojištění.
Kde se pojišťujeme my: SafetyWing (nejlepší pro všechny) a TrueTraveller (na extra dlouhé cesty).
Proč nedoporučujeme nějakou českou pojišťovnu? Protože mají dost omezení. Mají limity na počet dnů v zahraničí, v případě cestovka u kreditní karty po vás chtějí platit zdravotní výdaje pouze danou kreditní kartou a často limitují počet návratů do ČR.
Najděte ty nejlepší zážitky
Get Your Guide je obří on-line tržiště, kde si můžete rezervovat komentované procházky, výlety, skip-the-line vstupenky, průvodce a mnoho dalšího. Vždy tam najdeme nějakou extra zábavu!
